Wat betekent AI voor het vak van bedrijfsarts?
AI verandert het werk van de bedrijfsarts sneller dan de arbowereld beseft
Terwijl werkgevers volop experimenteren met AI, blijft de bedrijfsarts vaak buiten beeld. Toch raakt de technologie het vak op twee fronten tegelijk: het verandert hoe bedrijfsartsen zelf werken, én het verandert de werkdruk en spanningen van de mensen voor wie zij verantwoordelijk zijn. Arbo-expert Marc van der Hoek legt uit waarom niemand zich hier eigenaar van voelt en waarom dat niet langer kan wachten.
21% heeft technostress.
Marc van der Hoek belandde in 2003, zoals hij het zelf noemt, “per ongeluk” in de arbowereld. Hij bekleedde management- en directiefuncties, werkte voor private equity en startte uiteindelijk zijn eigen arbodienst, die hij later weer verkocht. Sinds een jaar of vijf verdiept hij zich in AI: hij adviseert directies, raden van bestuur en private-equitypartijen over wat de technologie betekent voor hun verdienmodel, organisatieontwerp en leiderschap. Specifiek binnen de arbo wordt hij steeds vaker gevraagd wat AI verandert voor de bedrijfsarts, voor bedrijfsmaatschappelijk werkers (BMW’ers) en andere disciplines, en voor de cliënt en het verzuim.
En daar zit precies de kern, zegt hij: AI raakt de bedrijfsarts op twee manieren tegelijk. Aan de ene kant verandert het eigen werk: hoe je dossiers opbouwt, hoe je rapporteert, hoe je tot een oordeel komt. Aan de andere kant verandert het de wereld waarin je adviseert. Werkgevers digitaliseren processen, werknemers ervaren daardoor andere spanningen, en van de bedrijfsarts wordt verwacht dat hij dat allebei ziet aankomen terwijl, zo constateert Van der Hoek, bijna niemand in de arbo zich daar op dit moment eigenaar van voelt.
Wat er nu al gebeurt bij werkgevers
Volgens Van der Hoek wordt AI in de meeste organisaties nog vooral als een technisch vraagstuk behandeld en bij de IT-directeur neergelegd, terwijl het geen IT-thema is. Werkgevers zetten AI in om processen te versnellen, maar herontwerpen die processen zelden fundamenteel. Het gevolg: de eenvoudige taken verdwijnen, de mentaal zware taken blijven over, en dat gebeurt zonder pauze. Van der Hoek vergelijkt het met muziek waaruit alle rustmomenten zijn geknipt: wat overblijft is geen melodie meer, maar een ononderbroken bak herrie.
Dat dit ergens toe leidt, blijkt uit een cijfer dat volgens hem te weinig aandacht krijgt: onderzoek van het Belgische IDEWE, aangevuld met bevindingen van het Rathenau Instituut en TNO, laat zien dat 21 procent van de medewerkers nu al technostress ervaart. Zoek je op technostress in combinatie met arbodienstverlening, dan vind je nauwelijks iets terug. Ook opvallend: uit onderzoek naar de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), waarin AI expliciet als risico zou moeten worden meegenomen, bleek dat in een grote groep kerndisciplines welgeteld één persoon dit al had toegepast.
Het signaleren van deze ontwikkeling is volgens Van der Hoek niet iets voor later. Werkgevers en werknemers voelen de gevolgen van digitalisering nu al, ook als de organisatie zelf nog denkt dat het onderwerp “niet actueel” is.
Marc van der Hoek Founder, Founder AI, Work & Organizational Intelligence
En dan het werk van de bedrijfsarts zelf
Voor het eigen vak van de bedrijfsarts ziet Van der Hoek vooral kansen, mits de technologie goed wordt ingericht. Een technisch goed opgezette AI-toepassing kan meekijken als een digitale kopie van de beste bedrijfsarts: signaleren welke en of de richtlijn is gevolgd, laten zien hoe collega’s een vergelijkbare casus aanpakken, en zo het eigen handelen scherpen. Ook het administratieve deel verandert. UWV-documentatie, voor veel artsen het minst inspirerende onderdeel van het vak, kan sneller en consistenter worden opgeleverd, met terugkoppelingen die begrijpelijker zijn voor de werknemer die ze ontvangt.
Daarnaast biedt AI iets dat mensen nauwelijks kunnen: overzicht over duizenden dossiers tegelijk. Waar loopt een re-integratietraject vast? Welke kenmerken voorspellen langdurig verzuim? Dat soort patronen wordt zichtbaar, en het effect is volgens Van der Hoek dat het werk menselijker wordt: minder tijd kwijt aan wat je opschrijft, meer ruimte om iemand daadwerkelijk in de ogen te kijken.
De blinde vlek
Toch blijft er een ongemakkelijke vraag liggen: wie is hier eigenlijk verantwoordelijk voor? Bedrijven die met AI aan de slag gaan, denken zelden na over de gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van hun mensen. Onderzoek daarnaar is er genoeg, maar een bedrijfsarts of arbodienst wordt zelden om input gevraagd. Zelfs binnen beroepsverenigingen wordt de vraag gesteld waarom de eigen discipline nooit wordt genoemd in AI-rapportages. Het antwoord, hoe ongemakkelijk ook, is dat er tot nu toe te weinig kennis en inbreng tegenover staat.
Wie zich daar niet mee bezighoudt, wordt er hoe dan ook mee geconfronteerd. De vraag is niet meer óf AI het werk van de bedrijfsarts raakt, maar wie de regie neemt over hoe dat gebeurt.